Duitsland kent 2 classificatie systemen.

Eentje is gebaseerd op het suikergehalte van de druiven. Dit is het onderste schema.
Het andere -VDP-is gebaseerd op herkomst van de druiven en terroir. Eerste schema.

Het VDP In Duitsland zijn wijnen in 4 kwaliteitsklassen ingedeeld. 

Sinds de oogst van 2012 niet meer gebaseerd op graden Oeschle, maar op terroir. Dus de wijngaarden zijn geclassificeerd (hierdoor de wijnen ook). In de Elzas en Bourgogne is een soort gelijk systeem van classificering. Verantwoordelijk hiervoor is het VDP ( Verband Deutscher Pradikatsweinguter ) met ca. 200 leden.

Van laag naar hoog;

VDP. Gutswein. Dit zijn goede wijnen - basis kwaliteit - van wijnhuizen. Meestal de zogenaamde instap modellen. Zonder vermelding van wijngaard of gemeente. Alleen de naam van de producent.

VDP. Ortswein. Deze komen van de beste wijnbergen van een dorp en zijn met gebieds eigen druiven beplant. Vermelding alleen de naam van de gemeente, geen wijngaard naam.

VDP. Erste Lage (Premier Cru) eerste klas wijngebieden met eigen karakter, optimale groei omstandigheden waar al geruime tijd wijnen gemaakt worden van hoge kwaliteit. De naam van de wijngaard mag op het etiket.

VDP. Grosse Lage. (Grand Cru) Hierin vinden we beste wijngebieden. De wijngaarden zijn precies afgebakend en beschreven. Hier rijpen de beste wijnen met eigenschappen van de wijngaard. Bovendien komen hier wijnen vandaan met rijpings potentieel.

----------------

De 4 wettelijke classificaties: - gebaseerd op suikergehalte -

Van hoog naar laag geklassificeerde wijnen zijn;

QUALITATSWEIN MIT PRADIKAT;
# Hier gelden de hoogste wettelijke eisen. De wijn moet afkomstig zijn uit een van de 13 gebieden waar wijn verbouwd wordt. Het verbeteren met suiker is niet toege-staan.
Er zijn 6 verschillende PRADIKATE; Hoe hoger het suikergehalte in de most, hoe hoger het pradikat.
Men drukt de hoeveelheid suiker in de most niet uit in grammen, maar in graden OESCHLE.

Het hoge suikergehalte verkrijgt men door laat te oogsten.

- Kabinett = 73 gr.oeschle.
- Spatlase = 85 gr.oeschle. (late oogst)
- Auslese = 95 gr. oeschle. (bijzonder rijpe druiven).
- Beerenauslese = 125 gr.oeschle. (druif voor druif alleen de zeer rijpe druiven)
- Eiswein = +125 gr.oeschle. (minimaal 7 graden vorst, dan pas oogsten)
- Trockenbeerenauslese = 150 gr.oeschle. (druif voor druif alleen de zeer rijpe druiven).

QUALITATSWEIN bestimmter ANBAUGEBIETE;
# Q.b.A. Kwaliteitswijn uit een bepaald aanbouwgebied.

LANDWEIN;
# Een wijn met typische kenmerken voor het betreffende gebied en met een karakteristieke naam.

TAFELWEIN;
# Eenvoudige wijnen met weinig alcohol ( minimaal 5%).
Zij mogen niet de naam van het gebied dragen en worden niet gecontroleerd.