De naam port is te danken aan de stad havenstad Porto. Deze plaats was en is gemakkelijk bereikbaar. Port wordt sinds het begin van de 17e eeuw in Portugal gemaakt. Nu nog hebben de porthuizen hier hun kelders om hun ports te laten rijpen.

Omdat Frankrijk en Engeland weer eens ruzie hadden, (de Fransen hadden hun belasting op wijn verhoogd), gingen de
Engelsen op zoek naar een ander gebied om hun wijn te halen. Ze kwamen terecht in Portugal en wel in de havenstad Porto.
Om de wijnen uit Portugal tijdens de lange bootreis naar huis goed te houden, werd er aan het einde van de bereiding wat brandewijn toegevoegd. Aan het einde van de 18e eeuw stopte men de gisting vroegtijdig door toevoeging van wijnalcohol.
Door deze ingreep behoudt port veel restzoet door niet vergiste suikers.

De paters in Lamego maakte ook port. Ook hier werd brandewijn bij de gistende wijn gevoegd zodat men uiteindelijk port
kreeg. De vraag is echter wie er eerder waren; de paters van Lamego of de Engelsen. De bekendheid van dit mooie product hebben we aan de Engelsen te danken omdat zij port exporteerde.

Vroeger toen men nog mocht bottelen in de aanvoerhaven, waren bijvoorbeeld Rotterdam en Dordrecht ook bekend.
Anders dan bij wijn, maakt men witte port uitsluitend van witte druiven.